Mythe : landelijke gebieden hebben een lage CO2-voetafdruk

plattelandsgemeenschappen hebben vaker een grotere CO2-voetafdruk dan hun stedelijke tegenhangers en hebben te kampen met grote problemen inzake de luchtkwaliteit. Dit is te wijten aan een aantal factoren: de noodzaak om grotere afstanden te rijden, een gebrek aan energiekeuze hetgeen leidt tot het gebruik van vervuilende brandstoffen (steenkool, stookolie, hout), en de uitstoot van broeikasgassen.

Landelijke energie

Het energiebeleid wordt meestal geschreven door en voor stadsbewoners. Dat betekent dat de helft van de Europese bevolking over het hoofd wordt gezien, wat een remmende invloed heeft op hun vermogen hun leefomstandigheden te verbeteren en bij te dragen aan ruimere sociale, economische en milieudoelstellingen.

Landelijke gemeenschappen zijn belangrijk... en hebben hulp nodig

Landelijke gebieden vertegenwoordigen 90% van het grondgebied van de 27 EU-lidstaten en 56% van de bevolking. Ze genereren 43% van de economische waarde van de EU en zijn goed voor 55% van de werkgelegenheid. Het aantal gemeenschappen neemt alsmaar toe, ze worden diverser en weerspiegelen steeds meer de spreiding van handel en diensten zoals we die in stedelijke gemeenschappen kennen. Desondanks hebben de beleidsmakers die verantwoordelijk zijn voor het platteland de neiging zich uitsluitend te richten op de landbouw die, hoewel belangrijk voor de economie en de identiteit van plattelandsgemeenschappen, slechts een klein (en krimpend) deel van het verhaal uitmaakt.

Plattelandsgemeenschappen staan voor grote uitdagingen. Het inkomen per inwoner ligt er 21 tot 62% lager dan in de stedelijke gebieden, en hoewel die trend niet over de hele EU dezelfde is, zijn ook de werkloosheid en fuel poverty (brandstofarmoede) er meestal hoger. Ze hebben dus hulp en steun nodig, en dan vooral op het vlak van energiekeuzes. Steun die ze op dit moment niet krijgen van de wetgevende overheden.

Waarom rurale energie belangrijk is

Energievoorziening is voor plattelandsontwikkeling net zo belangrijk als de infrastructuren voor transport, breedbandinternet en openbare diensten, waar zoveel meer aandacht naar uitgaat.

Veel huizen en bedrijven zijn niet aangesloten op het aardgasnet en soms ook niet op het elektranet. Dat biedt kansen om gebruik te maken van duurzame energiebronnen, maar de toegang tot een echte energiemix blijft meestal beperkt. Dit betekent dat:

  • plattelandsgemeenschappen meer CO2 uitstoten dan nodig, en omgeslagen per inwoner vaak meer dan hun landgenoten in de steden;
  • plattelandsgemeenschappen noodgedwongen moeten kiezen voor sterk vervuilende energiebronnen zoals steenkool, stookolie of hout;
  • de energie-efficiency van huizen en gebouwen bedroevend laag is. In Frankrijk dateert bijvoorbeeld de helft van alle huizen in het buitengebied van voor 1949. Door lage isolatiepremies en beperkte toegang tot slimme technologie zullen ze waarschijnlijk energie-inefficiënt blijven. In de meeste andere Europese landen is de situatie vergelijkbaar.

De overheid kan deze gemeenschappen uit het dilemma van de energiearmoede verlossen en ze helpen hun mogelijkheden te ontplooien door ze toegang te bieden tot betaalbare, slimmere en minder vervuilende energieoplossingen.

Feiten en cijfers

  • 5 miljoen Franse plattelandsbewoners kunnen de kosten voor verwarming en verlichting niet opbrengen, vaak als gevolg van gebrekkige energie-efficiency.
  • Het agrarische westen van Denemarken is verantwoordelijk voor 63% van alle CO2-uitstoot in Denemarken.
  • 15% van de Duitse bevolking woont op het platteland. Toch produceren ze 57% van het Duitse bnp.
  • Slechts 25% van de werkende plattelandsbevolking in Ierland is actief in de landbouw.
  • 74% van de Italianen die op het platteland wonen, gebruikt vervuilende stookolie om zijn huis te verwarmen.
  • Polen telt 4,4 miljoen plattelandsgezinnen en de immigratie naar deze gebieden is momenteel groter dan de emigratie.
  • 70% van de Britse plattelandsbevolking vindt dat de regering meer belang hecht aan stedelijke gebieden dan aan het platteland.

Wat kunnen we doen?

Er bestaan wel degelijk oplossingen voor de beperkte energiekeuze in landelijke gebieden. De eerste stap is ontwikkeling of herziening van energiebeleid dat rekening houdt met de specifieke behoeften van de plattelandsgemeenschappen.

De energietoekomst van Europa wordt nu vorm gegeven en de beleidsmakers moeten ervoor zorgen dat rurale energie integraal deel gaat uitmaken van het beleid om Europa schoner, coherenter en leefbaarder te maken voor de zowel de stedelijke als de plattelandsbevolking. Rurale energie dient centraal te staan in de Europese energiestrategie voor de periode tot 2050 waarover momenteel wordt gesproken, en ook in het volgende stadium van het cohesiebeleid en de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

In een eerste fase moet de EU gelijke kansen scheppen voor schone brandstoffen en technologie. Hiervoor zijn energie- en CO2-heffingen nodig en eerlijke premies voor milieuvriendelijkere technologie. Daarnaast moet de overheid prioriteit geven aan milieuvriendelijke productie van elektriciteit en warmte door toepassing van energie-efficiënte technologieën en vooral innovatieve Micro-WKK (kleinschalige warmtekrachtkoppeling) – bij uitstek geschikt voor rurale omgevingen. Hierdoor kunnen consumenten in landelijke gebieden daadwerkelijk stappen zetten naar een schoner milieu.